Minister Bruins voor Medische Zorg heeft een technische wijziging aangebracht in de Regeling zorgverzekering. De wijziging houdt verband met de inkomensafhankelijke bijdrage (IAB).

Door de wijzigingsregeling van 13 november 2018 (V-N 2019/5.5.8) is ten onrechte per 1 januari 2019 art. 5.1 lid 2 onderdeel c Regeling zorgverzekering geschrapt. Hierin werd verwezen naar art. 11 lid 1 onderdeel g Wet LB 1964 dat per 1 januari 2014 is vervallen. Er is echter een overgangsregeling van art. 39f Wet LB 1964. Met betrekking tot uitkeringen en verstrekkingen uit op 31 december 2013 bestaande aanspraken, diende (en dient) de verschuldigdheid van de IAB ongewijzigd te blijven. De IAB over dergelijke uitkeringen en verstrekkingen is derhalve nog steeds verschuldigd door de verzekeringsplichtige en niet door de inhoudingsplichtige. Hetzelfde geldt voor uitkeringen en verstrekkingen uit op 31 december 2013 bestaande aanspraken op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfd of te derven loon als bedoeld in art. 37 Wet LB 1964 zoals dat op 31 december 2013 luidde, en daarmee gelijkgestelde bedragen als bedoeld in art. 11a lid 1 Wet LB 1964 zoals dat op 31 december 2013 luidde. In het belang van de rechtszekerheid wordt dit nu met terugwerkende kracht gecodificeerd.

[Nieuwsbron]

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Premieheffing

Regelgevende instantie: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Editie: 13 februari

2

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen