Hof Den Haag oordeelt dat de inspecteur de vereiste voortvarendheid in acht heeft genomen bij het opleggen van de navorderingsaanslagen. De verlengde navorderingstermijn van art. 16 lid 4 AWR is terecht toegepast.

X en zijn echtgenote vestigen zich in 1998 in Nederland. Uit aan de inspecteur verstrekte informatie blijkt dat X bankrekeningen aanhoudt in Duitsland en de Verenigde Staten die niet in de IB-aangiften zijn opgenomen. De inspecteur legt IB-navorderingsaanslagen en vergrijpboetes op aan X. X is het niet eens met de hoogte van de aanslagen en de opgelegde boetes en hij stelt dat de inspecteur bij het opleggen van de navorderingsaanslagen niet voortvarend genoeg heeft gehandeld. Rechtbank Den Haag oordeelt dat de aanslagen terecht zijn opgelegd, behalve voor het jaar 2018. De navorderingsaanslag en de boetes voor dat jaar worden verminderd. Verder worden de boetes ook gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn.

Hof Den Haag oordeelt dat de inspecteur bij het opleggen van de navorderingsaanslagen de vereiste voortvarendheid in acht heeft genomen. De verlengde navorderingstermijn van art. 16 lid 4 AWR is terecht toegepast. Het hof gaat daarbij uitgebreid in op de relevante jurisprudentie op dit gebied en op de gegevensuitwisseling op grond van de Spaarrenterichtlijn en het CRS-project. In dat kader gaat het om de uitwisseling van ongeveer 1,2 mln gegevens uit 45 landen die in de periode van september 2017 tot en met januari 2018 aan de Belastingdienst ter beschikking zijn gesteld. De vergrijpboetes zijn terecht opgelegd omdat het buiten redelijke twijfel is dat het aan opzet van X is te wijten dat de aanslagen te laag zijn vastgesteld en aldus te weinig belasting is geheven. Het hof overweegt daarbij onder meer dat de buitenlandse saldi niet dan wel voor een klein deel zijn verantwoord en dat X diverse vooringevulde banksaldi heeft aangepast. Het hoger beroep is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 16

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 67E

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 5.3

Instantie: Hof Den Haag

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Inkomstenbelasting

Editie: 7 mei

Informatiesoort: VN Vandaag

298

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen