De grondslag van de vrij-van-recht-berekening bij een schenking van een onroerende zaak waarover ook overdrachtsbelasting verschuldigd is, is de door de begiftigde verschuldigde schenkbelasting waarbij de overdrachtsbelasting wordt verrekend. Dit volgt uit een standpunt van de Kennisgroep successiewet.

De vrijstelling van schenkbelasting wordt verdeeld over de schenking van de onroerende zaak en de vrij-van-recht-verkrijging. De te verrekenen overdrachtsbelasting wordt in elke schakel herrekend. Het vrij-van-recht-voordeel wordt rekenkundig bepaald. De schenkbelasting wordt bij de initiële schenking opgeteld, waardoor de schenkbelasting over dit bedrag ook onder de vrij-van-recht-bepaling valt. Dit gaat net zolang door totdat het bedrag van de schenkbelasting nauwelijks afwijkt van de direct daaraan voorafgaande berekening. Wanneer de verkrijger zelf de overdrachtsbelasting betaalt, kan deze worden verrekend in de vrij-van-recht-berekening. Wanneer de schenker de overdrachtsbelasting voor zijn rekening neemt, wordt het voordeel meegenomen in de vrij-van-recht-berekening als een verhoging van de verkrijging.

Wetingang:

Successiewet 1956 artikel 21

Successiewet 1956 artikel 24

[Nieuwsbron] [Nieuwsbron]

Rubriek: Schenk- en erfbelasting

Regelgevende instantie: Belastingdienst

Editie: 7 mei

Informatiesoort: VN Vandaag

405

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen