X houdt via Y BV vrijwel alle aandelen in Z BV, die later failliet gaat. De inspecteur nodigt X uit tot het doen van aangiften IB/PVV 2022 en 2023, verleent uitstel en verstuurt herinneringen en aanmaningen. X stelt haar adviseur in gebreke voor het indienen van de aangiften. Uiteindelijk dient X zelf de aangiften in, na afloop van de in de aanmaningen gestelde termijnen. De inspecteur legt voor beide jaren verzuimboetes op. In geschil is of de inspecteur de verzuimboetes terecht en tot de juiste bedragen heeft opgelegd.
Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat X' beroep op avas niet slaagt omdat zij niet alle in redelijkheid te vergen zorg heeft betracht om de aangiften in te dienen. X heeft namelijk haar adviseur te laat aangesproken, geen concreet controleerbare inspanningen gedocumenteerd en niet tijdig contact met de Belastingdienst gezocht. Wel rechtvaardigen de complexiteit van de aangiften door het faillissement van Z BV, het wachten op de jaarcijfers van haar adviseur en het alsnog binnen afzienbare tijd zelf indienen van de aangiften een matiging van de verzuimboetes. X' beroepen zijn gegrond.
Wetingang:
Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 67A
Instantie: Rechtbank Noord-Nederland
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 23 april
Informatiesoort: VN Vandaag