X en Y zijn woningcorporaties en beschikken over de ANBI-status. Zij sluiten een Overeenkomst Taakoverdracht op grond waarvan Y in totaal 509 woningen aan X levert. X verzoekt vooraf de inspecteur om toepassing van de vrijstelling voor taakoverdracht. De inspecteur wijst dit af, maar accepteert later de vrijstelling slechts voor 195 woningen in één wijk. X voldoet vervolgens € 5.907.484 overdrachtsbelasting over de resterende 314 woningen, maakt bezwaar en stelt na afwijzing door de inspecteur beroep in.
In geschil is of X voor de verkrijging van alle 509 woningen de vrijstelling voor taakoverdracht van art. 15 lid 1 onderdeel h Wet BRV juncto art. 5d Uitvoeringsbesluit toepast.
Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de wet, het Uitvoeringsbesluit en de toelichting het door de inspecteur gehanteerde criterium van een zelfstandig onderdeel en de eis van volledige overdracht in een geografisch gebied niet kennen. De inspecteur stelt daarmee ongeoorloofde aanvullende voorwaarden. De rechtbank kwalificeert de overdracht van de volkshuisvestelijke activiteiten, inclusief alle daarmee samenhangende activa en passiva, als taakoverdracht tussen ANBI-instellingen met voldoende substantie. Zij concludeert dat de vrijstelling voor taakoverdracht voor alle 509 woningen geldt en dat X de betaalde overdrachtsbelasting terugontvangt.
Wetingang:
Wet op belastingen van rechtsverkeer artikel 15
Instantie: Rechtbank Noord-Holland
Rubriek: Belastingen van rechtsverkeer
Editie: 23 april
Informatiesoort: VN Vandaag