Rechtbank Gelderland oordeelt dat X bv niet aannemelijk maakt dat bij de aankoop in een andere EU-lidstaat van de onderhavige auto's een belemmering wordt ervaren - of ten minste kan worden ervaren - die maakt dat zij een voorkeur zal hebben voor binnenlandse referentieauto's.

X bv doet na 27 januari 2017 BPM-aangifte voor twee gebruikte Peugeot's (308 en 2008). Voor beide auto's is in totaal € 4438 voldaan. Volgens X bv is sprake van een ongerechtvaardigd verschil in heffingsmodaliteit bij deze auto’s en zich al op de Nederlandse markt bevindende referentievoertuigen.

Rechtbank Gelderland oordeelt dat X bv niet aannemelijk maakt dat bij de aankoop in een andere EU-lidstaat van de onderhavige auto's een belemmering wordt ervaren - of ten minste kan worden ervaren - die maakt dat zij een voorkeur zal hebben voor binnenlandse referentieauto's. Bij verkoop in Nederland zijn deze auto's voor particuliere kopers juist aantrekkelijk omdat er relatief weinig BPM op rust. X bv stelt ook vergeefs dat de BPM moet worden verminderd, omdat louter moet worden uitgegaan van margeauto’s als referentieauto’s. Er is namelijk aangifte gedaan na HR 27 januari 2017, 15/02273, V-N 2017/7.22. X bv maakt vervolgens niet aannemelijk dat te veel BPM is voldaan. X bv heeft nagelaten om gegevens over de registratie van de auto's te overleggen, zodat ervan uit wordt gegaan dat die niet zodanig laat heeft plaatsgevonden dat achteraf bezien te veel BPM is geheven. De beroepen van X bv zijn ongegrond. Vanwege het overschrijden van de redelijke termijn krijgt X bv nog wel een immateriële schadevergoeding van € 500 en een proceskostenvergoeding van € 640.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden 6

Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 10

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Bronbelasting, Belastingheffing van motorrijtuigen

Instantie: Rechtbank Gelderland

Editie: 13 november

6

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen