Hof Den Haag oordeelt in hoger beroep dat de zaken slechts cijfermatig wat van elkaar verschillen en dat de werkzaamheden van hun gemachtigde dus nagenoeg identiek zijn. De proceskostenvergoeding wordt vastgesteld op € 1602, waarvan de helft aan de heer X wordt toegerekend en de andere helft aan zijn echtgenote. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).

X en zijn echtgenote voeren in 2012 en 2013 giften op aan een algemeen nut beogende instelling (ANBI). Bij een onderzoek van de ANBI constateert de Belastingdienst dat de officiële donaties aan die stichting slechts een fractie is van wat derden aan giftenaftrek voor haar claimen. In mei 2016 is van het onderzoek een rapport opgemaakt en er volgt een strafrechtelijk onderzoek. In geschil zijn de navorderingsaanslagen van X, alsmede de vergrijpboetes van elk € 139. Volgens de inspecteur heeft de penningmeester van de ANBI op grote schaal valse kwitanties verkocht en moet X dus met aanvullend bewijs van de schenkingen komen. Rechtbank Den Haag vernietigt de boetes en X krijgt een proceskostenvergoeding van € 1572, alsmede een immateriële schadevergoeding van € 500. De inspecteur stelt in hoger beroep dat de zaken van X en zijn echtgenote samenhangende zaken zijn en dat aan beiden de helft van de proceskostenvergoeding moet worden toegerekend.

Hof Den Haag (V-N Vandaag 2021/335) oordeelt dat de zaken slechts cijfermatig wat van elkaar verschillen en dat de werkzaamheden van hun gemachtigde dus nagenoeg identiek zijn. De proceskostenvergoeding wordt daarom vastgesteld op € 1602, waarvan de helft aan X wordt toegerekend en de andere helft aan zijn echtgenote. Het beroep van de inspecteur is gegrond. De kwitanties hebben slechts beperkte bewijskracht en X maakt niet aannemelijk dat aanvullend bewijs de conclusie rechtvaardigt dat hij recht heeft op giftenaftrek. Zijn incidentele hoger beroep is ongegrond. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Besluit proceskosten bestuursrecht 3

Algemene wet bestuursrecht 8:75

Wet inkomstenbelasting 2001 6.32

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Instantie: Hoge Raad

Editie: 14 oktober

2

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen