Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de inspecteur i) het zorgvuldigheidsbeginsel niet heeft geschonden en ii) X terecht geen aftrek specifieke zorgkosten toekent.

X doet aangifte IB/PVV 2022 en claimt een aftrek voor specifieke zorgkosten van € 5627 als persoonsgebonden aftrek voor ziektekosten van haarzelf en haar kinderen. De inspecteur legt een voorlopige aanslag conform de aangifte op en verzoekt daarna om informatie over de persoonsgebonden aftrekposten. X vraagt schriftelijk uitstel en stuurt een huisartsbrief en een factuur. De inspecteur reageert niet op dit uitstelverzoek, kondigt vervolgens schriftelijk aan van de aangifte af te wijken en corrigeert in de definitieve aanslag de zorgkosten naar nihil. In geschil is of de inspecteur het zorgvuldigheidsbeginsel schendt en of X recht heeft op aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten in de aanslag IB/PVV 2022.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de inspecteur i) het zorgvuldigheidsbeginsel niet heeft geschonden en ii) X terecht geen aftrek specifieke zorgkosten toekent. Hoewel de inspecteur expliciet had moeten reageren op het uitstelverzoek schendt het uitblijven van een reactie geen beginsel van behoorlijk bestuur omdat X feitelijk de tijd had om op het voornemen tot correctie te reageren. Daarnaast heeft X, gelet op de gemotiveerde betwisting door de inspecteur, niet aannemelijk gemaakt dat de opgevoerde zorgkosten op haar drukken. X’ beroep is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 6.1

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 6.17

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 24 april

Informatiesoort: VN Vandaag

7

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen