Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat art. 16 lid 5 UBIB 2001 geen automatische vermindering van de conserverende aanslag toelaat en dat deze bepaling alleen toepassing vindt bij remigratie van de belastingplichtige zelf.

In 2013 emigreert X met Y en hun kinderen naar Spanje terwijl hij het woonhuis in Nederland behoudt. X bezit alle aandelen in A BV, die na emigratie alleen beleggingsvermogen aanhoudt. In 2014 keert A BV een dividend van € 10,5 mln uit. De inspecteur legt in 2017 een conserverende aanslag op met een te conserveren inkomen box 2 van € 12.544.834. Er is uitstel van betaling verleend van € 3.136.208. Op 11 september 2018 overlijdt X in Spanje waarna Y naar Nederland terugkeert. In 2020 verzoeken de erven X om voortzetting van het uitstel en om vermindering van de conserverende aanslag. Zij stellen dat X uiterlijk in 2016 is geremigreerd naar Nederland.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat art. 16 lid 5 UBIB 2001 geen automatische vermindering van de conserverende aanslag toelaat en dat deze bepaling alleen toepassing vindt bij remigratie van de belastingplichtige zelf. Volgens hof remigreert X niet vóór zijn overlijden zodat geen recht op vermindering bestaat. De ontvanger beëindigt het uitstel terecht omdat het overlijden een vervreemding van de aandelen vormt en A BV uitsluitend beleggingsvermogen bezit waardoor voortzetting van uitstel op grond van art. 2 lid 8 URIW 1990 is uitgesloten. Het hof oordeelt dat geen strijd met Unierecht bestaat en wijst ook de overige verzoeken af. Het hoger beroep van erven X is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 artikel 16

Invorderingswet 1990 artikel 25

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 4

Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 artikel 2

Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Invordering, Inkomstenbelasting

Editie: 12 mei

Informatiesoort: VN Vandaag

306

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen