Belanghebbende, X, werkt een deel van 2012 voor een Nederlandse werkgever en een ander deel voor een Duitse werkgever. X is niet uitgenodigd tot het doen van aangifte IB/PVV over 2012. Op basis van de aangifte IB/PVV 2013 vermoedt de inspecteur dat X in 2012 buitenlands inkomen heeft genoten. X stelt dat er sprake is van onrechtmatigheid aan de zijde van de inspecteur en verzoekt de rechtbank om een schadevergoeding in verband met een overschrijding van de redelijke termijn. Met name is in geschil of X recht heeft op kostenvergoeding voor de bezwaarfase.
Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat X recht heeft op immateriëleschadevergoeding aangezien er sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn met in totaal een maand. Wel heeft de inspecteur de normale zorgvuldigheid betracht bij het vaststellen van de aanslag. Van een aan de inspecteur te wijten onrechtmatigheid is derhalve geen sprake.
Wetsartikelen:
Algemene wet inzake rijksbelastingen 26c
Algemene wet inzake rijksbelastingen 26
Algemene wet bestuursrecht 6:10
Algemene wet bestuursrecht 7:15
Informatiesoort: VN Vandaag
Rubriek: Bronbelasting, Inkomstenbelasting
Instantie: Rechtbank Noord-Holland
Editie: 19 maart