Kinova Europe GmbH verzoekt de Duitse Douane om een bindende tariefinlichting voor een robotische hulparm die wordt bevestigd aan een elektrische rolstoel. De robotarm wordt ingedeeld onder GN-onderverdeling 8479 89 97. Dit komt overeen met machines en mechanische toestellen met een eigen functie. Kinova is echter van mening dat de robotarm een prothese is en moet worden ingedeeld onder GN-onderverdeling 9021 39 90. Volgens de Douane omvatten prothesen echter alleen producten die bestemd zijn om een gebrekkig lichaamsdeel geheel of gedeeltelijk te vervangen. Nu de robotarm de natuurlijke arm niet vervangt door een kunstarm maar veeleer een technisch hulpapparaat is voor patiënten van wie de armen wegens een ziektebeeld niet meer of slechts beperkt functioneren, is het geen prothese. De Duitse rechter stelt prejudiciële vragen in deze zaak. Het Hof van Justitie heeft de zaak doorgezonden naar het Gerecht.
Het Gerecht oordeelt dat de robotarm van Kinova niet is aan te merken als een prothese. De apparatuur die onder GN-post 9021 wordt ingedeeld wordt namelijk gekenmerkt door het feit dat zij in de hand wordt gehouden of op andere wijze wordt gedragen, dan wel wordt ingeplant. Daarvan is bij de robotarm geen sprake. Deze wordt namelijk bevestigd aan een elektrische rolstoel en met een joystick of het hoofd bediend om bewegingen van een menselijke arm na te bootsen en bepaalde voorwerpen vast te pakken. Ook is de robotarm niet aan te merken als een orthopedisch artikel. Het effect is namelijk niet vergelijkbaar met het effect dat krukken en rollators hebben op het vermogen van een persoon om zich veilig op eigen benen te verplaatsen en zodoende zijn gebrek of kwaal te verhelpen of verlichten.
Instantie: Gerecht van de Europese Unie
Rubriek: Europees belastingrecht, Douane
Editie: 9 juni
Informatiesoort: VN Vandaag