Hof Den Haag oordeelt dat de X BV de tokens niet ten laste van haar winst kan afwaarderen omdat niet zij maar A, in privé, in de tokens heeft geïnvesteerd. A heeft namelijk de Token Agreement gesloten met Q LLC.

A houdt, indirect, de aandelen in X BV. In 2018 sluit A een overeenkomst met Q LLC uit de Verenigde Arabische Emiraten, crypto mining bedrijf, voor de verwerving van tokens. A ontvangt een ‘Token Receipt’ waarin zijn investering in de Tokens wordt bevestigd. Op 13 september 2018 wordt vanaf een bankrekening van X BV een bedrag van € 250.000 overgeboekt naar Q LLC voor de verwerving van de tokens. In mei 2020 ontvangt X BV een e-mail van Q LLC waarin wordt geschreven dat de tokens waardeloos zijn. X BV waardeert de tokens vervolgens af naar nihil. De inspecteur is echter van mening dat het verlies op de tokens niet ten laste van de winst van X BV kan worden gebracht.

Hof Den Haag oordeelt dat X BV de tokens niet ten laste van haar winst kan afwaarderen omdat niet zij maar A, in privé, in de tokens heeft geïnvesteerd. A heeft namelijk de Token Agreement gesloten met Q LLC. Verder wijst het hof er op dat de ‘Token Receipt’, waarin de investering wordt bevestigd, op naam staat van A en niet op naam van X BV. Ook acht het hof van belang dat X BV geen bewijsstukken heeft overgelegd, ondanks het verzoek daartoe van de inspecteur. In dit verband is dan verder ook niet van belang dat het investeringsbedrag van € 250.000 is overgeboekt vanaf een bankrekening van X BV. Dit geldt ook voor de verwerking van de investering in de Tokens in de jaarrekening 2018 van X BV. Het gelijk is aan de inspecteur.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 8

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.25

Instantie: Hof Den Haag

Rubriek: Vennootschapsbelasting, Inkomstenbelasting

Editie: 9 juni

Informatiesoort: VN Vandaag

24

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen