Rechtbank Den Haag oordeelt dat X geen recht heeft op aanvullende compensatie op grond van de Wet compensatie wegens selectie aan de poort. De rechtbank bevestigt dat de inspecteur de financiële compensatie correct vaststelt en dat voor andere jaren geen recht op compensatie bestaat.

X staat in de Fraude Signalering Voorziening met registraties over meerdere jaren. Zij doet aangiften IB/PVV 2012 tot en met 2019. Het verzamelinkomen 2012 stijgt van € 11.451 naar € 12.871 en dat van 2014 van € 7591 naar € 8080. Voor de overige jaren volgt de inspecteur de aangiften. De inspecteur kent X een compensatie toe van € 665,04 voor 2014 en later aanvullende compensatie van € 2749,92 voor inkomensafhankelijke regelingen. X stelt dat zij ook voor 2012, 2013 en 2015 tot en met 2019 recht heeft op compensatie wegens selectie aan de poort. In geschil is of X recht heeft op een hogere financiële compensatie, in het bijzonder voor de jaren 2012, 2013 en 2015 tot en met 2019.

Rechtbank Den Haag oordeelt dat alleen recht op compensatie bestaat indien de inspecteur het verzamelinkomen hoger vaststelt dan het aangegeven verzamelinkomen. De rechtbank stelt vast dat voor 2013 en 2015 tot en met 2019 geen verhoging plaatsvindt, zodat compensatie voor die jaren uitgesloten is. Voor 2012 staat wel een verhoging vast, maar de inspecteur toont aan dat de aangifte dat jaar niet is geselecteerd op basis van de geautomatiseerde zoekopdracht uit art. 2 van de Wet. Daardoor voldoet 2012 niet aan de wettelijke voorwaarden. Voor 2014 stelt de inspecteur de compensatie correct vast. De rechtbank bevestigt dat X geen recht heeft op een hogere compensatie.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 6.17

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 6.32

Instantie: Rechtbank Den Haag

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Belastingrecht algemeen

Editie: 9 juni

Informatiesoort: VN Vandaag

9

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen