Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de inspecteur terecht gebruikelijk loon bij X in aanmerking neemt, omdat de inspecteur aannemelijk maakt dat er gewerkt is voor Y BV. De blote stelling van X dat hij een katvanger is, is geen reden om geen gebruikelijk loon in aanmerking te nemen.

X is bestuurder en 100% aandeelhouder van X BV en Y BV. In 2019 en 2020 ontvangt X loon van meerdere BV's, waaronder Y BV. Y BV neemt voor X in beide jaren een gebruikelijk loon op in de loonaangiften. X geeft het loon van Y BV vervolgens niet aan in de aangiften IB/PVV 2019 en 2020. Volgens X is de gebruikelijkloonregeling niet van toepassing is, omdat hij een katvanger is. In geschil is of de inspecteur voor 2019 en 2020 terecht een gebruikelijk loon uit Y BV bij X in aanmerking neemt.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de inspecteur terecht gebruikelijk loon bij X in aanmerking neemt, omdat de inspecteur aannemelijk maakt dat er gewerkt is voor Y BV. De blote stelling van X dat hij een katvanger is, is geen reden om geen gebruikelijk loon in aanmerking te nemen. X ontving significante lonen van Y BV en ook loon van andere BV's waarvan hij DGA van was. Onder deze omstandigheden is het volgens de rechtbank aannemelijk dat X arbeid voor Y BV heeft verricht. X' beroepen zijn ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet op de loonbelasting 1964 artikel 12A

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Loonbelasting

Editie: 22 april

Informatiesoort: VN Vandaag

7

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen