Op 30 augustus 2021 verzoekt X de Belastingdienst om alle correspondentie voortaan naar een toezendadres te versturen. Op 10 september 2021 is het adres in het systeem van de Belastingdienst opgenomen. X is uitgenodigd, herinnerd en aangemaand voor het doen van aangifte IB/PVV 2019 en 2020. De brieven zijn verstuurd naar het woonadres van X, behalve de aanmaning over 2020. De aanmaning is naar het toezendadres verzonden. De inspecteur legt voor beide jaren een aanslag IB/PVV op met een verzuimboete. In geschil is of de inspecteur de verzuimboetes over de aanslagen IB/PVV 2019 en 2020 terecht en naar de juiste hoogten oplegt.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat het beroep ontvankelijk is omdat de inspecteur het verkeerde adres heeft gebruikt. De verzuimboetes zijn terecht opgelegd. X is rechtsgeldig uitgenodigd, herinnerd en aangemaand voor de aangiften IB/PVV 2019 en 2020. X heeft wel stukken ingeleverd, maar deze voldoen niet aan het voorgeschreven aangiftemodel en zien deels op onjuiste jaren. X dient de aangiftebiljetten IB/PVV 2019 en 2020 pas in na afloop van de in de aanmaningen gestelde termijnen. Daardoor doet X niet tijdig de vereiste aangiften. De rechtbank acht de opgelegde boetes passend en geboden. De aanslag IB/PVV 2019 wordt verminderd met de € 151 aan specifieke zorgkosten. Het beroep is in zoverre gegrond.
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 8.36C
Algemene wet bestuursrecht artikel 6.7
Algemene wet bestuursrecht artikel 6.9
Algemene wet bestuursrecht artikel 6.11
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 26C
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 67A
Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Inkomstenbelasting
Editie: 21 april
Informatiesoort: VN Vandaag