Het ‘extern ondernemerschap’ van de werkende, een van de gezichtspunten die de Hoge Raad benoemt in het Deliveroo-arrest (V-N 2023/15.6), wordt niet expliciet uitgevraagd in de webmodule. Op de startpagina krijgt dit gezichtspunt daarom extra aandacht. De opdrachtgever en de werkende moeten een standpunt over het extern ondernemerschap betrekken bij de beoordeling van de arbeidsrelatie.
Een standaard instrument zoals de webmodule kan volgens de minister nooit met alle feiten en omstandigheden van het individuele geval rekening kan houden. Bepaalde indicaties wegen in bepaalde gevallen zwaarder of juist minder zwaar dan in andere situaties.
Opdrachtgevers gebruiken de webmodule als hulpmiddel om antwoord te krijgen op de vraag of een arbeidscontract nodig is. De uitkomst van de module geeft een ‘aanwijzing’ over het soort arbeidsrelatie dat een opdrachtgever heeft met de werkende. De aanwijzing is geen juridische beslissing waaraan rechten te ontlenen zijn.
Wetingang:
Wet op de loonbelasting 1964 artikel 3
Wet op de loonbelasting 1964 artikel 6
Wet op de loonbelasting 1964 artikel 7
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.81
[Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron]
Rubriek: Inkomstenbelasting, Loonbelasting
Regelgevende instantie: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Editie: 15 april
Informatiesoort: VN Vandaag