Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de heffingsambtenaar de beschikte waarden van het melkveebedrijf aannemelijk maakt. Dit ondanks alle door X en Y naar voren gebrachte gebreken aan bedrijfsactiva.

X en zijn zoon Y exploiteren in firma-verband een melkveehouderij. De heffingsambtenaar heeft twee WOZ-beschikkingen 2017 vastgesteld op basis waarvan de aanslagen OZB zijn opgelegd. De WOZ-beschikkingen betreffen het melkveebedrijf plus de nieuwe gebouwde bedrijfswoning (€ 593.000), en de tweede bedrijfswoning (€ 301.000). X en Y betogen dat de waarde van de onroerende zaak per waardepeildatum 1 januari 2016 lager ligt. X en Y menen dat de heffingsambtenaar bij de waardebepaling onvoldoende rekening heeft gehouden met o.m. het asbest in de varkensstal en werktuigenberging, de verzakkingen van de jongveestal en de erfverharding, de riooloverstort die naast stankoverlast leidt tot zieke en dode dieren, en vervuilde grond.

Hof Arnhem-Leeuwarden bevestigt de uitspraak van Rechtbank Midden-Nederland. Het hof is van oordeel dat de heffingsambtenaar op grond van het overzicht van taxateur RT, waarbij aansluiting is gezocht bij de landelijke Taxatiewijzers en kengetallen, tezamen met de toelichting ter zitting, de beschikte waarden aannemelijk maakt. De heffingsambtenaar heeft de door X en Y genoemde waardedrukkende factoren gemotiveerd weerlegd. Het hoger beroep van X en Y is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet waardering onroerende zaken 17

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Waardering onroerende zaken

Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden

Editie: 27 oktober

3

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen