De Belastingdienst neemt in de Instructie informatieverzoeken aan banken een nieuwe werkwijze op voor het doen van informatieverzoeken aan banken. Aanleiding voor de aanpassing is de uitspraak van het EHRM in de zaak Ferrieri/Bonassisa (V-N 2026/7.23).
De instructie beschrijft de voorwaarden, toetsing en besluitvorming rond het opvragen van bankgegevens ten behoeve van de belastingheffing van derden. Uitgangspunt is dat de gevraagde informatie eerst bij de belastingplichtige zelf wordt opgevraagd. Alleen in uitzonderlijke gevallen, wanneer een zwaarwegend belang dit rechtvaardigt en geen alternatieven beschikbaar zijn, kan rechtstreeks een verzoek aan een bank worden gedaan. Verzoeken moeten voldoen aan eisen van proportionaliteit, subsidiariteit en privacywetgeving. Voor elk verzoek is een verplichte checklist en vaktechnische toets opgenomen. Rechtstreekse verzoeken aan banken vereisen aanvullende goedkeuring van de vakcoördinator Formeel Recht en toestemming van de directie. De instructie bevat ook regels voor geheimhouding, standaardbrieven, ondertekening en verdere afhandeling van informatieverzoeken. De vernieuwde instructie geldt per 1 juli 2026.
Wetingang:
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 53
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Regelgevende instantie: Belastingdienst
Editie: 9 juli
Informatiesoort: VN Vandaag