Hof Den Haag oordeelt in navolging van de rechtbank dat de boeten die de inspecteur heeft opgelegd aan inkeerder X niet in strijd zijn met de artikelen 7 EVRM en 15 IVBPR. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 Wet RO).

X beroept zich in 2015 op de inkeerregeling van art. 67n AWR voor in Zwitserland aangehouden bankrekeningen. In geschil zijn de boeten die aan X zijn opgelegd.

Hof Den Haag (V-N 2020/26.1.6) oordeelt in navolging van de rechtbank dat de boeten die de inspecteur heeft opgelegd aan inkeerder X niet in strijd zijn met de artikelen 7 EVRM en 15 IVBPR. De rechtbank overwoog dat het nulla poena-beginsel, dat inhoudt dat geen zwaardere straf mag worden opgelegd dan de straf die van toepassing was ten tijde van het begaan van de overtreding, eveneens geldt voor de toepassing van beleidsregels. De bepalingen in het BBBB zijn te beschouwen als regels van sanctierecht die binnen het bereik vallen van de artikelen 7 EVRM en 15 IVBPR. De rechtbank verwerpt echter de stelling van X dat de beleidsregels van toepassing blijven zoals die luidden ten tijde van het begaan van het beboetbare feit. De wettelijke bepalingen en de beleidsregels zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Aangezien de vrijwillige inkeer pas in 2015 heeft plaatsgevonden en op die inkeer art. 67n AWR van toepassing is zoals dat artikel luidde in 2015, dienen eveneens de beleidsregels tot uitgangspunt te worden genomen zoals die golden ten tijde van de inkeer. Het per 1 januari 2014 ingevoerde vierde lid van paragraaf 1 van het BBBB verhindert de toepassing van de vóór 1 januari 2014 geldende beleidsregels. Het hof voegt aan de overwegingen van de rechtbank nog toe dat uit HR 2 november 2018, V-N 2018/58.14 redelijkerwijs niet anders is af te leiden dan dat in gevallen als deze een boete moet worden beoordeeld naar het moment dat de belastingplichtige in kwestie inkeert, en dat geen nationale of verdragsrechtelijke beschermingsregel zich daartegen verzet.

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 Wet RO).

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten 15

Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden 7

Algemene wet inzake rijksbelastingen 67n

Algemene wet inzake rijksbelastingen 67d

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Instantie: Hoge Raad

Editie: 22 juli

4

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen