Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat de inspecteur de representatie- en kantinekosten terecht heeft gecorrigeerd. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).

Naar aanleiding van een boekenonderzoek legt de inspecteur VPB-navorderingsaanslagen op aan X BV en worden aanslagen gecorrigeerd. Volgens de inspecteur zien bepaalde in aftrek gebrachte kosten op onzakelijke uitgaven.

Hof ’s-Hertogenbosch (V-N 2024/39.1.1) oordeelt dat de inspecteur de representatie- en kantinekosten terecht heeft gecorrigeerd. Voor de representatiekosten geldt dat X BV niet met stukken heeft onderbouwd in verband met welke zakelijke relaties de kosten zijn gemaakt. X BV maakt het zakelijke karakter van deze kosten dan ook niet aannemelijk. Voor de kantinekosten geldt dat X BV slechts een schatting van deze kosten heeft gemaakt, een administratie van de daadwerkelijk gemaakte kosten ontbreekt. De inspecteur heeft deze kosten terecht niet in aftrek toegelaten. Dit geldt ook voor de administratie- en advieskosten. Verder is er geen aanleiding om rekening te houden met meer reiskosten dan de inspecteur uiteindelijk in beroep nog heeft geaccepteerd. Het gelijk is aan de inspecteur. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 8

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.25

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Vennootschapsbelasting, Inkomstenbelasting

Editie: 10 juni

Informatiesoort: VN Vandaag

34

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen