Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit gegrond is. Voor aanvragen om aanvullende vergoeding van werkelijke schade acht de rechtbank een nadere beslistermijn van 60 weken na het verstrijken van de wettelijke termijn realistisch.

X is gedupeerde van de toeslagenaffaire en ontvangt ter compensatie bij beschikking een schadevergoeding van € 44.227. X dient vervolgens bij de Commissie Werkelijke Schade (CWS) een aanvraag in voor aanvullende schadevergoeding, waarna de commissie de ontvangst van de aanvraag bevestigt. De Dienst Toeslagen verlengt de beslistermijn met zes maanden. Omdat daarna geen besluit volgt, stelt X de Dienst Toeslagen in gebreke en stelt zij vervolgens beroep in tegen het uitblijven van een beslissing op de aanvraag. 

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit gegrond is. Voor aanvragen om aanvullende vergoeding van werkelijke schade acht de rechtbank een nadere beslistermijn van 60 weken na het verstrijken van de wettelijke termijn realistisch. Voor X betekent dit dat de Dienst Toeslagen uiterlijk 31 oktober 2026 moet beslissen. De beslistermijn wordt verlengd als X kiest voor bedenktijd of een alternatief traject. Bij overschrijding verbeurt de Dienst Toeslagen een dwangsom van € 100 per dag, tot maximaal € 15.000.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet bestuursrecht artikel 6.2

Algemene wet bestuursrecht artikel 8.55D

Instantie: Rechtbank Noord-Holland

Rubriek: Toeslagen en zorgverzekeringswet

Informatiesoort: VN Vandaag

Editie: 6 mei

125

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen