Rechtbank 's-Gravenhage handhaaft de naheffingsaanslag omzetbelasting vanwege 'zwarte' betalingen maar kent X bv proceskostenvergoeding toe omdat de boetebeschikking in de bezwaarfase is vernietigd.

 

C heeft 100% aandelen in X bv. Deze bv vormt samen met Y bv een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. De ondernemingsactiviteiten van Y bv bestaan uit het aannemen van werk. Y bv die op 11 april 2007 failliet is verklaard verrichtte in de jaren 2004, 2005 en 2006 regelmatig werkzaamheden voor M. Naar aanleiding van een boekenonderzoek bij M is geconstateerd dat M contante bedragen, totaal € 375 774, heeft uitbetaald aan C. Deze bedragen zijn niet in de administratie van Y bv verantwoord. Volgens de inspecteur heeft X bv over de betreffende jaren een te lage winst aangegeven. Gevolg is de in geschil zijnde naheffingsaanslag omzetbelasting over het tijdvak 1 januari 2004 tot en met 31 december 2006 met bijbehorende vergrijpboete. De boetebeschikking wordt in de bezwaarfase vernietigd. X bv komt in beroep. Rechtbank 's-Gravenhage overweegt dat gebleken is dat Y bv voor een deel van de werkzaamheden facturen aan M heeft gestuurd. Aannemelijk is dat de betalingen voor de werkzaamheden aan Y bv ten goede zijn gekomen en dat C de door M aan hem uitbetaalde bedragen als directeur/enig aandeelhouder en dus als orgaan van Y bv heeft ontvangen. Y bv had de contante omzet in de administratie moeten vermelden en X bv had deze omzet in haar aangiften omzetbelasting moeten verantwoorden. X bv heeft niet aan haar administratieplicht voldaan. De naheffingsaanslag berust op een redelijke schatting omdat deze is gebaseerd op een ordner waarin de door M verrichte 'zwarte' betalingen worden vermeld. Het bewijsaanbod van X bv wordt gepasseerd. Het beroep van X bv op het zorgvuldigheidsbeginsel wordt afgewezen. X bv heeft geen recht op een dwangsom omdat de inspecteur tijdig uitspraak op bezwaar heeft gedaan. X bv heeft wél recht op proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase omdat de inspecteur in de bezwaarfase de boetebeschikking heeft vernietigd. Het beroep van X bv is in die zin gegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet bestuursrecht 4:17

Algemene wet inzake rijksbelastingen 52

Algemene wet inzake rijksbelastingen 27e

Algemene wet inzake rijksbelastingen 20

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Bronbelasting

Instantie: Rechtbank 's-Gravenhage

Editie: 21 januari

5

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen