De Hoge Raad past art. 81 Wet RO toe. De bewijslast is omgekeerd en verzwaard. De inspecteur heeft namelijk aannemelijk gemaakt dat X een dubbele boekhouding heeft gevoerd en slechts 20% van de softdrugsomzet in zijn administratie heeft verantwoord.

X exploiteert een coffeeshop. Naar aanleiding van een politie-inval, stelt de inspecteur een boekenonderzoek in. Op grond van de resultaten van het boekenonderzoek legt de inspecteur IB-(navorderings)aanslagen op over de jaren 2001-2006. De inspecteur gaat er daarbij vanuit dat X over de jaren 2001-2004 niet aan zijn administratieplicht heeft voldaan. Hij baseert zich daarbij op de over 2005 en 2006 gevonden dubbele dagboekstaten.

Hof Amsterdam oordeelt dat de inspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat X een dubbele boekhouding heeft gevoerd en dat hij slechts 20% van de softdrugsomzet in zijn administratie heeft verantwoord. Volgens het hof heeft X daarmee niet voldaan aan zijn administratieplicht. De bewijslast is dan ook terecht omgekeerd en verzwaard. Ook heeft de inspecteur volgens het hof een redelijke schatting van de omzet gemaakt voor zover hij er van is uitgegaan dat de aangegeven omzet 20% van de gerealiseerde omzet bedraagt en het brutowinstpercentage 110 bedraagt. Het hof vermindert nog wel de (navorderings)aanslagen. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen of klachten niet tot cassatie kunnen leiden (art. 81 Wet RO).

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 3.25

Algemene wet inzake rijksbelastingen 27e + 52

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Bronbelasting, Inkomstenbelasting

Instantie: Hoge Raad

Editie: 28 april

2

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen