Hof Amsterdam oordeelt dat de inspecteur terecht stelt dat het door X geschetste scenario, dat hij alleen die ene dag met de auto van de weg heeft gebruikgemaakt, niet buiten redelijke twijfel is. Dat hoeft echter ook niet om het scenario aannemelijk te kunnen achten.

X woont sinds 1 december 2016 officieel in Nederland. Op 27 juni 2019 is hij rond 19.00 uur als bestuurder aangetroffen in een Audi A4 met Bulgaars kenteken. In geschil is de MRB-naheffingsaanslag over 1 december 2016 t/m 26 juni 2019 van € 3949, alsmede de 100% verzuimboete. Volgens X had hij de auto slechts voor een paar uur geleend om zijn zieke vrouw van haar werk op te halen. Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat X slaagt in het tegenbewijs dat de auto hem alleen die ene dag ter beschikking stond. De auto is eigendom van de vriendin van zijn vader (zijn stiefmoeder), die af en toe familie bezoekt in Nederland. In haar schriftelijke verklaring bevestigt zij dat X één keer heeft gevraagd om de auto voor een paar uur te lenen om zijn vrouw op te halen. Zowel de aanslag als de boete worden vernietigd. De inspecteur gaat in hoger beroep. Hof Amsterdam oordeelt dat de inspecteur terecht stelt dat het door X geschetste scenario, dat hij alleen die ene dag met de auto van de weg heeft gebruikgemaakt, niet buiten redelijke twijfel is. Dat hoeft echter ook niet om het scenario aannemelijk te kunnen achten. De verklaringen die X op de zitting bij het hof heeft afgelegd, stemmen in de kern overeen met zijn eerdere verklaringen. Voor de tegenbewijsregeling geldt de vrije bewijsleer, zodat er geen bijzondere eisen gelden voor de bewijsmiddelen of de waardering daarvan. Het beroep van de inspecteur is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 13

Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 34

Instantie: Hof Amsterdam

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Belastingheffing van motorrijtuigen

Editie: 21 december

Informatiesoort: VN Vandaag

795

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen