Rechtbank Gelderland oordeelt dat de uitzendregeling niet op de Nederlandse woning van belastingplichtige van toepassing is omdat de woning ter beschikking staat aan een derde.

X woont tot 2008 op de A-straat in Z in Nederland. In 2008 verhuist hij naar Duitsland. X heeft de woning vanaf 2010 niet opgegeven als bezitting in box 3. De inspecteur neemt bij het opleggen van de aanslag inkomstenbelasting 2010 de woning als bezitting in box 3 op. X vindt dat de woning een eigen woning in box 1 is, omdat de uitzendregeling van art. 3.111 lid 6 Wet IB 2001 hierop van toepassing is. In geschil is onder meer of op de woning de uitzendregeling van toepassing is.

Rechtbank Gelderland oordeelt dat de uitzendregeling niet van toepassing is op X' woning. B, met wie X tot zijn vertrek naar Duitsland samenwoonde, is in de woning achtergebleven. Na zijn vertrek voert X niet langer een gezamenlijke huishouding met B in dezelfde woning. Daarmee is B in het jaar 2010 aan te merken als een derde, terwijl de woning haar dat jaar ook ter beschikking stond. De uitzendregeling kan dan niet van toepassing zijn.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 3.111

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Inkomstenbelasting

Instantie: Rechtbank Gelderland

Editie: 26 juni

3

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen