De Hoge Raad oordeelt dat dat de klachten van X niet kunnen leiden tot vernietiging van het hof-arrest (zie art. 81 lid 1 Wet RO).

X is de zoon van een advocaat, die eigenaar is van een kantoorpand. Het pand ontstond in de 17e eeuw toen twee woningen werden samengevoegd tot één woning. Vanaf 1953 is de provinciale planologische dienst gevestigd in het pand en vanaf 2002 wordt het verhuurd aan de universiteit. In juni 2016 geeft de advocaat opdracht aan zijn notaris om te regelen dat het pand zo snel mogelijk aan X wordt verkocht en geleverd met 6% overdrachtsbelasting. Later stelt X dat de notaris had moeten onderzoeken of het lage 2%-tarief voor woningen had kunnen worden toegepast (zie HR 24 februari 2017, 16/01734, V-N 2017/13.17). Civielrechtelijk is in geschil of de notaris aansprakelijk is voor de schade. Volgens Hof ’s-Hertogenbosch hoefde de notaris niet te twijfelen aan de duidelijke instructie van de advocaat, van wie hij mocht aannemen dat die X vertegenwoordigde, en die werd bijgestaan door een fiscalist van Loyens&Loeff. X gaat in cassatie.

De Hoge Raad oordeelt dat dat de klachten van X niet kunnen leiden tot vernietiging van het hof-arrest. Dit oordeel hoeft niet gemotiveerd te worden. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81 lid 1 Wet RO). Het beroep van X is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering [KEI-Rv] 14

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Belastingen van rechtsverkeer

Instantie: Hoge Raad (Civiele kamer)

Editie: 26 april

1

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen