Belanghebbende (X) verricht in de jaren 2016 - 2018 werkzaamheden in loondienst. Daarnaast verricht zij juridische activiteiten waarvan ze het resultaat als winst aangeeft. Het resultaat is telkens een verlies. Dat was overigens reeds vanaf 2007 het geval. De inspecteur corrigeert de verliezen omdat hij van mening is dat geen sprake is van een bron van inkomen. Uiteindelijk komt X in beroep tegen de voor haar negatieve uitspraken op bezwaar.
De rechtbank oordeelt net als de inspecteur dat geen sprake is van een bron van inkomen. Redelijkerwijze kon X niet verwachten met de activiteiten voordeel te behalen. De resultaten waren immers vanaf 2007 telkens negatief en de door X gestelde te verwachten hogere omzet zou gepaard gaan met evenzo stijgende kosten. Er is verder geen sprake van schending van het zorgvuldigheidsbeginsel door de inspecteur. De wens van X (de zitting te verdagen) om alsnog een compromis te bereiken sneuvelt.
Wetsartikelen:
Wet inkomstenbelasting 2001 3.8
Informatiesoort: VN Vandaag
Rubriek: Inkomstenbelasting
Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Editie: 14 juni