Hof Den Haag oordeelt in navolging van Rechtbank Den Haag dat de heffingsambtenaar de WOZ-waarde van de winkelruimte van X niet op een te hoog bedrag heeft vastgesteld.

Belanghebbende, X, is eigenaar van een winkelruimte met bovenwoning waarvan de WOZ-waarde 2015 is vastgesteld op een bedrag van € 2.265.000. Het pand is gelegen op een A1-locatie in het hoofdwinkelgebied van de gemeente. X bepleit verlaging van de waarde tot € 1.770.000.

Hof Den Haag oordeelt in navolging van Rechtbank Den Haag dat de heffingsambtenaar de WOZ-waarde van de winkelruimte van X niet op een te hoog bedrag heeft vastgesteld. De heffingsambtenaar heeft de gerealiseerde (casco) aanvangshuur van € 150.000 terecht verhoogd met € 33.260 in verband met huurdersbelang. Ook overigens heeft de heffingsambtenaar de hoogte van de gehanteerde jaarhuur, met behulp van de ITZA-methode, voldoende aannemelijk gemaakt. Ook de kapitalisatiefactor heeft de gemeente niet te hoog vastgesteld waarbij zij niet is uitgegaan van een te hoog leegstandsrisico. Het hof verklaart het hoger beroep van X ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet waardering onroerende zaken 17

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Waardering onroerende zaken

Instantie: Hof Den Haag

Editie: 14 november

5

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen