Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden getuigt het oordeel van de rechtbank van een onjuiste rechtsopvatting.  In de beroepsfase is de redelijke termijn met afgerond dertien maanden overschreden, zodat de heer X recht heeft op een immateriëleschadevergoeding van € 1500. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen of klachten niet tot cassatie kunnen leiden (art. 81 Wet RO).

De heer X maakt bezwaar tegen de voldoening van BPM op eigen aangifte. Bij uitspraak op bezwaar wordt de BPM verminderd tot € 2430. Op de zitting wordt een compromis gesloten waardoor de heffing verder wordt verminderd tot € 2275. In geschil is thans alleen nog of X terecht aanspraak maakt op een immateriëleschadevergoeding wegens het overschrijden van de redelijke termijn. Volgens Rechtbank Gelderland is sprake van een zeer gering financieel belang en bijstand op basis van ‘no cure no pay’, zodat er geen aanleiding is om een immateriëleschadevergoeding toe te kennen. Er kan dus worden volstaan met de vaststelling dat de redelijke termijn is overschreden (zie HR 29 november 2013, nr. 12/04301, V-N 2013/60.3). X gaat in hoger beroep.

Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden (V-N Vandaag 2018/2663) getuigt het oordeel van de rechtbank van een onjuiste rechtsopvatting (zie o.a. HR 24 februari 2017, nr. 16/02302, V-N 2017/12.20.5, BNB 2017/83 en HR 2 juni 2017, nr. 16/03967, V-N 2017/28.10). In de beroepsfase is de redelijke termijn met afgerond dertien maanden overschreden. Hierbij is rekening gehouden met het feit dat de gemachtigde van X duizenden soortgelijke zaken heeft lopen en dat de redelijke termijn daarom verlengd moet worden. X heeft recht op een immateriëleschadevergoeding van € 1500. Hierover moet vanaf vier weken na de openbaarmaking van de uitspraak van de rechtbank (2 juni 2016) tot aan de dag van algehele voldoening wettelijke rente worden vergoed. Voor deze afgesplitste (hoger)beroepsprocedure krijgt X een totale proceskostenvergoeding van € 150.

De Hoge Raad oordeelt dat de middelen of klachten niet tot cassatie kunnen leiden (art. 81 Wet RO).

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet bestuursrecht 8:75

Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden 6

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Bronbelasting

Instantie: Hoge Raad

Editie: 16 oktober

8

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen