Rechtbank Midden-Nederland oordeelt dat zowel de heffingsambtenaar als X GmbH de door hen voorgestane WOZ-waarde van een distributiecentrum niet aannemelijk maken. De rechtbank vermindert de waarde schattenderwijs.

X GmbH is eigenaar en gebruiker van een in 2022 gebouwd distributiecentrum. De heffingsambtenaar stelt de WOZ-waarde voor het belastingjaar 2024 vast op € 48.679.000 naar waardepeildatum 1 januari 2023 en legt een aanslag onroerendezaakbelasting op. X GmbH bepleit een waarde van € 38.943.000. In beroep onderbouwt de heffingsambtenaar de waarde vervolgens via de gecorrigeerde vervangingswaarde en de huurwaardekapitalisatiemethode. In geschil is de WOZ-waarde van het distributiecentrum op de waardepeildatum 1 januari 2023.

Rechtbank Midden-Nederland oordeelt dat de heffingsambtenaar bij de gecorrigeerde vervangingswaarde onvoldoende inzichtelijk maakt waarop de gehanteerde restwaardepercentages, kengetallen en waardes zijn gebaseerd. Het taxatierapport bevat hierover evenmin informatie. Ook bij de huurwaardekapitalisatiemethode ontbreekt onderbouwing van de gehanteerde huurwaardes en de kapitalisatiefactor. De heffingsambtenaar voldoet daarmee niet aan zijn bewijslast. Ook de door X GmbH voorgestane waarde van € 38.943.000 is volgens de rechtbank evenmin onderbouwd. Daarom verklaart de rechtbank het beroep gegrond en vermindert zij de WOZ-waarde schattenderwijs tot € 45.000.000.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet waardering onroerende zaken artikel 17

Wet waardering onroerende zaken artikel 30A

Instantie: Rechtbank Midden-Nederland

Rubriek: Waardering onroerende zaken

Editie: 2 september

Informatiesoort: VN Vandaag

6

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen