X en zijn ex-partner Y zijn in 2017 gescheiden. De woning is aan X toegedeeld. Y blijft hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden. Y ontvangt hiervoor een vergoeding van X. In geschil is de hoogte van het bedrag aan aftrekbare rente en kosten van geldleningen voor de eigen woning. Hof Amsterdam oordeelt dat X geen recht heeft op aftrek van rente die toerekenbaar is aan Y over de periode tussen de indiening van het echtscheidingsverzoek en het passeren van de akte van verdeling, ondanks de keuze voor voljaarspartnerschap. De eigenaarslasten drukken namelijk niet op Y. De woning kwalificeert daardoor voor haar niet als eigen woning en de rente niet als eigenwoningrente. De vergoeding die X aan Y betaalt voor haar hoofdelijke aansprakelijkheid houdt geen verband met de financiering voor de eigen woning. X kan dit dan niet als financieringskosten eigen woning aftrekken. Ook heeft X geen andere aftrekbare onderhoudsverplichtingen. X gaat in cassatie. Naast de materieelrechtelijke geschilpunten over de aftrekbare kosten snijdt X een formeelrechtelijke geschilpunt aan: de uitspraak van het hof moet volgens X worden vernietigd omdat in strijd is gehandeld met art. 8:61 lid 6 Awb en art. 8:77 lid 3 Awb. X merkt daarbij op dat de griffier het proces-verbaal van het verhandelde ter zitting van het hof en de uitspraak van het hof niet heeft ondertekend, en dat van de verhindering om te ondertekenen geen melding is gemaakt in het proces-verbaal respectievelijk de uitspraak.
Advocaat-generaal Pauwels concludeert dat het ontbreken van de handtekening van de griffier op het afschrift van de uitspraak nog niet leidt tot vernietiging van de uitspraak. Van belang is namelijk of het originele exemplaar van de uitspraak voldoet aan het ondertekeningsvoorschrift. Dit moet worden uitgezocht. Verder pleit de A-G voor een pragmatische benadering van deze omissie. De A-G stelt voor om inlichtingen in te winnen bij het hof en eventueel herstel van de omissie. Als deze formeelrechtelijke punten zijn afgewikkeld zal de A-G mogelijk in een aanvullende conclusie ingaan op de andere geschilpunten. De A-G adviseert de Hoge Raad om inlichtingen in te winnen bij het Hof over de ondertekening van de uitspraak.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 2.17
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.111
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.111
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.120
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.21
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 6.3
Algemene wet bestuursrecht artikel 8.61
Algemene wet bestuursrecht artikel 8.77
Instantie: Hoge Raad (Advocaat-Generaal)
Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 30 juni
Informatiesoort: VN Vandaag