Stichting X is een gemeente-breed ondernemersfonds. De gemeente financiert Stichting X door extra OZB te heffen op alle niet-woningen en deze opbrengst over te dragen. In de statuten definieert Stichting X ondernemers als belastingplichtige eigenaren en gebruikers van niet-woningen in de gemeente. Stichting X is geen ondernemer voor de omzetbelasting. Zij verzoekt in de kwartaalaangiften omzetbelasting 2023 om teruggaaf van € 653, € 4813, € 3288 en € 16.244. De inspecteur wijst deze teruggaveverzoeken af. De interne BTW-adviseur van de gemeente onderzoekt 980 subjecten en kwalificeert 817 ervan als aftrekgerechtigd en 163 als niet-aftrekgerechtigd. In geschil is of Stichting X voor 2023 recht heeft op aftrek van voorbelasting op grond van goedkeuringen voor ondernemersverenigingen en bedrijven investeringszone stichtingen (BIZ-stichtingen) uit het BUA.
Rechtbank Den Haag oordeelt dat de goedkeuringen voor ondernemersverenigingen en BIZ-stichtingen uit het BUA niet van toepassing zijn op Stichting X, omdat zij niet uitsluitend de belangen van BTW-ondernemers behartigt. Het statutaire ondernemersbegrip van Stichting X sluit niet aan bij het BTW-ondernemersbegrip. De kwalificatie van 83% van de subjecten als aftrekgerechtigd toont niet aan dat deze subjecten ondernemer zijn voor de omzetbelasting. Ook Stichting X' beroep op het neutraliteitsbeginsel slaagt niet. De rechtbank verklaart het beroep van Stichting X ongegrond.
Wetingang:
Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 11
Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 15
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 63
Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968
Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968