Ook spaarders kunnen naar aanleiding van de Hoge Raad-arresten van 6 juni 2024, onder andere ECLI:NL:HR:2024:704, V-N 2024/28.3, bezwaar maken tegen aanslagen inkomstenbelasting 2023. Dat antwoordt staatssecretaris Van Rij van Financiën op vragen van Kamerlid Grinwis (CU) naar aanleiding van het bericht “Spaarders in box 3 mogen oordeel Hoge Raad niet afwachten”.

De meeste aanslagen inkomstenbelasting 2023 van spaarders in box 3 hebben een dagtekening van begin mei 2024, waardoor de aanslagen op 6 juni nog niet onherroepelijk vaststonden. De arresten gelden daarmee ook voor de aanslagen inkomstenbelasting 2023. Over de arresten wordt communicatie voorbereid.

Een rendementspercentage in 2023 van 0,92% voor banktegoeden is volgens de staatssecretaris redelijk en sluit goed aan bij het werkelijke gemiddelde rendement. Daarom is ervoor gekozen om alleen de aanslagen aan te houden van belastingplichtigen met ook overige bezittingen in box 3.

De procedure tot 2016, waarbij werd aangesloten bij het moment van aanwijzen van de massaalbezwaarprocedure, is vooral gunstig voor de groep niet-bezwaarmakers. Indien de aanslag op dat moment nog niet onherroepelijk vaststond, werd de aanslag overeenkomstig de gunstige uitkomst verminderd. Een terugkeer naar deze procedure is volgens de staatssecretaris te eenzijdig en leidt niet tot een gewenst evenwicht tussen individuele belangen van belastingplichtigen en het algemene belang van belastingheffing. Daarom wordt onderzoek gedaan naar een betere oplossing, bijvoorbeeld een vernieuwd formeelrechtelijk heffingssysteem onder de noemer ‘direct aanpassen’, zie ook de brief van 3 april 2024 (V-N 2024/19.21).

[Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron]

Rubriek: Inkomstenbelasting

Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën

Editie: 21 juni

Informatiesoort: VN Vandaag

Focus: Focus

Dossiers: Box 3

3478

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen