Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X de rente heeft ontvangen in zijn hoedanigheid van resultaatgenieter en schuldeiser, zodat deze tot zijn resultaat uit overige werkzaamheden behoort. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).

X initieert in 2001 een project met recreatiewoningen en bedingt van de uitvoerders een vergoeding van € 500.000. X ontvangt deze vergoeding pas in 2017 na het doorlopen van diverse gerechtelijke procedures. Niet in geschil is dat de vergoeding bij X is belast als resultaat uit overige werkzaamheden. Volgens X valt de gerelateerde vergoeding van wettelijke handelsrente van € 291.050 in de onbelaste privésfeer. In geschil is de navorderingsaanslag IB/PVV 2017, waarbij de rente volledig is belast.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant (V-N 2023/21.1.4) oordeelt dat X de rente heeft ontvangen in zijn hoedanigheid van resultaatgenieter en schuldeiser, zodat deze tot zijn resultaat uit overige werkzaamheden behoort. De rente is een nagekomen bate die is veroorzaakt door de vertraagde voldoening door de schuldenaar. X’ beroep is ongegrond. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).

(Na conclusie A-G Koopman in V-N 2023/56.3)

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 3.90

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Inkomstenbelasting

Editie: 13 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

202

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen