Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de inspecteur, op grond van het Unierecht, niet mag weigeren X voor de jaren 2016, 2017 en 2018 als kwalificerende buitenlandse belastingplichtige aan te merken, alleen omdat X voor deze jaren geen modelverklaringen heeft verstrekt.

X woont in de jaren 2016, 2017 en 2018 in Duitsland en ontvangt in deze jaren pensioenuitkeringen uit Nederland. X bezit in Duitsland een eigen woning en claimt in zijn aangiften IB/PVV negatieve inkomsten uit eigen woning. Hij geeft uitsluitend Nederlandse pensioeninkomsten aan. De inspecteur wijkt bij het vaststellen van de aanslagen af van de aangiften omdat X geen modelverklaring indient zoals bedoeld in art. 7.8 lid 6 Wet IB 2001 en art. 21bis lid 3 Uitv.besl. IB 2001. X overlegt wel Duitse belastingbescheiden waaruit blijkt dat hij naast de Nederlandse uitkeringen geen andere inkomsten geniet.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de inspecteur, op grond van het Unierecht, niet mag weigeren X voor de jaren 2016, 2017 en 2018 als kwalificerende buitenlandse belastingplichtige aan te merken, alleen omdat X voor deze jaren geen modelverklaringen heeft verstrekt. De inspecteur had de door X verstrekte bewijsstukken moeten beoordelen. De inspecteur bevestigt ter zitting dat aan de hand van de door X overgelegde stukken aannemelijk is dat X voldoet aan alle voorwaarden om als kwalificerende buitenlandse belastingplichtige te worden aangemerkt. Het hoger beroep is gegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 7.8

Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden

Rubriek: Inkomstenbelasting

Editie: 12 mei

Informatiesoort: VN Vandaag

329

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen